STOFFENDAG 2018

Veilig en gezond omgaan met gevaarlijke stoffen

12 december 2018, ReeHorst, Ede

Workshops 2018

Op deze pagina kunt u de diverse workshops vinden die tijdens de Stoffendag 2018 worden aangeboden. Tijdens de bijeenkomst kunt u drie workshops bijwonen. 

Komt een inspecteur bij een bedrijf...

Inspectie SZW

Wat kunt u verwachten als er een arbo-inspecteur van Inspectie SZW bij u komt inspecteren op blootstelling aan gevaarlijke stoffen? Wat vraagt zo’n inspecteur? Hoe kijkt de inspecteur aan tegen de 4-stappen (www.zelfinspectie.nl/gevaarlijkestoffen)? Met wie praat de inspecteur? Welke zaken moet u kunnen laten zien? En wat als u het niet in orde heeft? Wat zijn dan de gevolgen? En nog meer vragen….

In deze workshop zal projectleider Diana Martens (Inspectie SZW) in gesprek gaan met twee inspecteurs van Inspectie SZW. U kunt aan dit gesprek deelnemen. Zodat u een indruk krijgt wat zo’n inspectie nu precies inhoudt.


Werken met CMR stoffen - praktische hulp bij het voldoen aan de Arbowet

Joost van Rooij (Caesar Consult) & Cornelis van Loon (ChemRADE BV)

Werkt uw bedrijf met CMR-stoffen? Dan worden er extra eisen gesteld vanuit de Arbowet. Het gaat onder meer om het vastleggen van aanvullende gegevens over de noodzaak van gebruik, vervangingsmogelijkheden, beheersmaatregelen en betrokken medewerkers. Inspectie SZW besteedt momenteel extra aandacht aan de beheersing van blootstelling aan CMR-stoffen.

In deze workshop laten we zien hoe je op praktische en efficiënte manier de boel op orde kunt krijgen conform het 4-stappenplan van SZW. Middels concrete tips helpen we u op weg om ook veilig te werken met CMR-stoffen.


Eerste ervaringen bij het uitvoeren van het ZZS-beleid

Yora Tolman, Anand Manschot (RWS), Ronald van Ieperen (DCMR) & Royal HaskoningDHV (Cathelijne Dreissen – adviseur water, Jordy Hendrix – adviseur lucht emissies, Jean-Marc Abbing – adviseur chemicals management)

In 2016 is de 4e tranche van het Activiteitenbesluit in werking getreden. Daarmee zijn de eisen voor de het minimaliseren en reduceren van de zogenoemde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), die al golden in de NeR, wettelijk verankerd. Daarnaast zijn in 2016 ZZS voor water in de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) opgenomen. Dit betekent dat de minimalisatie voor ZZS ook geldt voor zowel directe als indirecte lozingen.

Voor veel, met name kleinere bedrijven, is dit nieuw. Vanwege maatschappelijke zorgen is er daarnaast behoefte aan meer inzicht over emissies van stoffen die formeel nog niet aan de ZZS-criteria voldoen (de zgn. Potentiele ZZS).

Verschillende bevoegd gezagen hebben nu trajecten lopen die onder meer de emissies van ZZS en potentiele ZZS in beeld te brengen  

Tijdens de workshop zullen de eerste ervaringen worden gepresenteerd vanuit het perspectief van  vergunningverleners. Vervolgens is er ruimte om ervaringen uit te wisselen door deelnemers vanuit de zaal.


Uitstoot Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), weet u waar u staat?

Louis van Deutekom (KWA)

Systematisch emissies van ZSS naar de lucht in kaart brengen? Volg dan de workshop van KWA. Aan de hand van het stappenplan opgesteld voor de VVVF/VLK bespreken wij hoe inzichtelijk wordt welke emissiegrenswaarden worden gesteld, welke meetverplichting er geldt en in hoeverre een immissietoets noodzakelijk is. Waarom is dit belangrijk? De Nederlandse overheid wil het gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zo snel mogelijk verminderen. ZZS zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Het overheidsbeleid is onder andere vastgelegd in het Activiteitenbesluit, dat bedrijven verplicht hun uitstoot van ZZS naar lucht te voorkomen.


Drugsprecursoren: Omgevingsgerichte handhaving van de FIOD

Hans Hendriks (Belastingdienst / FIOD)

In deze workshop zal ingegaan worden op diverse facetten in het kader van de problematiek rondom de productie van synthetische drugs in Nederland.
Naast handhaving (zowel toezicht als opsporing) wordt ingezoomd op het algemene belang van een goede samenwerking tussen overheidsdiensten en het bedrijfsleven, waarbij ook het melden van verdachte transacties en de criteria daaromtrent zullen worden toegelicht.


Precursoren voor Explosieven: Hoe voorkomen we misbruik?

Inspectie Leefomgeving en Transport

Sinds 2013 is er een Europese Verordening die het op de markt brengen en het gebruik van potentiele precursoren voor explosieven regelt. In deze Verordening zijn nationale uitvoeringsbepalingen meegenomen, die lidstaten ruimte bieden om bijvoorbeeld een vergunnings- of registratieregeling in te voeren. In Nederland is dat geregeld in de wet precursoren voor explosieven, aangenomen in 2016. Dit betekent onder andere dat voor een aantal stoffen (zoals waterstofperoxide en aceton) het verplicht is om verdachte transacties, verdwijningen en diefstal te melden.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op naleving van de Wet precursoren voor explosieven. Tijdens deze workshop vertelt ILT wat je als bedrijf moet doen als je werkt met stoffen die onder deze wetgeving vallen en waar op wordt gelet tijdens inspectie.


REACH Exposure Scenario Compliance Check: oefenen met een vereenvoudigde en pragmatische aanpak

Dook Noij, lead industrial hygiene manager (Dow Benelux) & Evelyn Tjoe Nij, industrial hygiene expert (Dow Benelux)

REACH (artikel 37) verplicht gebruikers om na te gaan of hun toepassing van een stof gedekt is (geïdentificeerd gebruik) en of aan de maatregelen en condities uit het Exposure Scenario (ES) wordt voldaan: de REACH Exposure Scenario Compliance Check. De ervaring binnen de industrie laat zien dat het uitvoeren van deze check lastig is en bedrijven veel administratieve overlast bezorgt zonder bij te dragen aan het niveau van veilig werken. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de middelmatige kwaliteit van de huidige ES’s, onduidelijkheid over de interpretatie van verplichtingen en gebruikte terminologie (ES-concept, gebruiksdescriptoren system) en het niet realistische richtsnoer van de European Chemical Agency (ECHA). Om dit te ondervangen is een vereenvoudigde en pragmatische aanpak ontwikkeld. Uitgangspunt hiervoor is de al uitgevoerde beoordeling van veilig gebruik van een stof op grond van de Arbowet. In de workshop wordt hierop een toelichting gegeven en kan men oefenen met de ontwikkelde aanpak.


Wat is de impact van negatieve framing op de chemische industrie

Roderik Potjer (hoofd communicatie VNCI)

Het grootbedrijf heeft bij de gemiddelde Nederlander en in Den Haag nog weinig vrienden, ze lijkt ieders favoriete vijand. De chemische industrie wordt keer op keer neergezet als gevaarlijk, vervuilend en producent van gifstoffen. Waarom begrijpt “men” niet dat de industrie belangrijk is voor welvaart en werkgelegenheid én stoffen en producten maakt die iedereen iedere dag nodig heeft voor een veilig, gezond en aangenaam leven?

In deze workshop gaan we onderzoeken welke belemmeringen en aannames er zijn en of we in staat zijn om zelf te veranderen zodat onze boodschap beter overkomt.


Blootstellingsmetingen op de werkplek - Nieuwe NEN-689 voor dummies en pro’s

Ina Vinamont (Cosanta) & Koen Verbist (Cosanta)

De norm voor het uitvoeren van blootstellingsmetingen (NEN-689) is vernieuwd. Eén enkele meting is niet langer voldoende om aan te tonen dat de blootstelling voldoende beheerst is. Maar hoe moet het dan wel? Wat betekent deze nieuwe versie voor jouw bedrijf? Zijn eerder uitgevoerde metingen nog geldig? Wat is de nieuwe aanpak die je moet volgen? Tijdens de workshop wordt een toelichting gegeven op deze nieuwe norm. De veranderingen ten opzichte van de eerdere versie worden besproken en aangegeven wordt hoe deze in de praktijk uitgevoerd kan worden. Aan de hand van concrete voorbeelden wordt hierover gediscussieerd.


Blootstelling aan SVHC/CMR stoffen bij procesbaden

Egbert Stremmelaar (Vereniging ION)

Blootstelling van medewerkers en omgeving aan gevaarlijke stoffen is op dit moment een hot item voor veel bedrijven in de industrie. Met (onder andere) 5xbeter kan voor veel stoffen al een veilige werkwijze gevonden worden, maar nog niet voor het werken met procesbaden of voor CMR-stoffen. Vereniging ION heeft samen met het kenniscentrum van Inspectie SZW diverse applicateurs in de oppervlakte behandelende industrie bezocht en zal een tussenstand geven van de bevindingen. De bedoeling is dat u naar huis gaat met een actiepuntenlijstje waarvan verwacht mag worden dat Inspectie SZW daar bij u naar zal kijken tijdens een (volgende) inspectie.
En wellicht ten overvloede; het voorkomen van blootstelling van uw medewerkers aan gevaarlijke stoffen, en daarbij in het bijzonder Chroom(VI) is een topprioriteit van Inspectie SZW in 2018 en 2019.


PGS15: Het proces van gelijkwaardigheid

Mijntje Pikaar (Peutz)

In deze workshop worden een aantal belangrijke basiseisen uit PGS 15:2016 toegelicht en wordt een blik op de toekomstige PGS 15 gegeven (Nieuwe Stijl). De huidige tendens is een focus op de constructieve brandveiligheid van een PGS 15 opslagvoorziening. De bouwkundige eisen aan een dergelijke (tijdelijke) opslagvoorziening gaan verder dan de eisen uit het Bouwbesluit. De belangrijkste bouwkundige (brandveiligheids)eisen worden met u besproken. Wat houden ze in en waarom gelden deze eisen? Vaak is er de wens om af te wijken van bepaalde voorschriften uit PGS 15. Maar hoe onderbouw je gelijkwaardigheid? Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden wordt u meegenomen in het proces van gelijkwaardigheid.


PGS31: opslag in tankinstallaties

Ingrid Kuppen (Royal HaskoningDHV)

“In de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) verscheen april 2018 de definitieve versie van PGS 31 (‘Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties’).

Ingrid zal presenteren hoe u deze PGS toepast en waaraan u moet denken als u te maken heeft met een PGS31 tankinstallatie. U hoort wat voor veel bedrijven de belangrijkste hiaten zijn met actuele gangbare eisen en hoe uw bedrijf van de vergunde situatie naar een nieuwe situatie kan komen, waarbij u aan de nieuwe eisen kunt voldoen”.


De Biocidenverordening: Omgaan met biociden in de praktijk

Chuchu Yu (NVZ)

Voordat biociden mogen worden verkocht moeten ze aan een groot aantal eisen voldoen. Deze eisen hebben betrekking op zowel de veiligheid als op de werkzaamheid van de middelen. De eisen zijn in de Europese Unie vastgelegd in de Biocidenverordening. Alle Europese landen moeten er voor zorgen dat deze eisen nageleefd worden.

Het doel van deze workshop is om u inzicht te geven in de Biocidenverordening en de werking ervan. De cursus zal de volgende aspecten van de Biocidenverordening behandelen:

  • Inleiding Biocidenverordening
  • Werkzame stof versus biocide
  • Toelatingsvormen
  • Naleving van Artikel 95: afnemen van goedgekeurde leveranciers.

Daarnaast zal de workshop zal in beperkte mate ingaan op het toelatingstraject van en het gebruik van claims op biociden.


Door de bomen het bos….; de selectie van publieke en bedrijfsgrenswaarden

Dirk van Well (secretaris Stoffenbeleid en Arbeidshygiëne – Koninklijke VNCI)

Bij het werken met gevaarlijke stoffen is het essentieel dat risico’s voor werknemers zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever. Daarbij bieden arbo-grenswaarden houvast. Voor een beperkt aantal stoffen zijn wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor veel gevaarlijke stoffen zijn deze er echter niet en zal de werkgever zelf private- of bedrijfsgrenswaarden moeten vaststellen ten behoeve van het arbobeleid van de onderneming.

In deze workshop wordt toegelicht hoe wettelijke grenswaarden tot stand komen. Daarnaast biedt de workshop handreikingen over hoe werkgevers zelf grenswaarden kan vaststellen en handhaven.


Stoffen in Cosmetica

Lonneke Jongmans (Nederlandse Cosmetica Vereniging)

Voor de Arbowetgeving maakt het weinig uit in wat voor soort eindproduct een stof terecht komt, maar voor wetgeving die gaat over de veiligheid van het eindproduct maakt het alles uit. Voor veel eindproducten wordt het gebruik van stoffen geregeld door REACH en CLP. Voor cosmetica ligt dat net anders: het gebruik van stoffen in uw tandpasta, shampoo en deodorant wordt (grotendeels) geregeld door de Europese Cosmetica Verordening (1223/2009).

In deze workshop wordt uitgelegd hoe het gebruik van stoffen in cosmetica precies geregeld is, wat daarover vermeld moet worden op het etiket en hoe de veiligheid van de eindproducten gewaarborgd wordt.

Ondanks strenge wetgeving zijn er nogal wat stoffen waarvan het gebruik in cosmetica ter discussie staat. Van tijd tot tijd zijn er stoffen waarvan men stelt dat ze onveilig zouden zijn, terwijl de veiligheid van die stoffen uitgebreid onderbouwd kan worden. Ook hier wordt in de workshop aandacht aan besteed.


Evaluatie van ‘nano-tools’ voor veilig werken met nanomaterialen op de werkplek

Maaike Visser (RIVM Centre for Safety of Substances and Products) & Daan Huizer (Caesar Consult Nijmegen)

De afgelopen jaren zijn diverse instrumenten ontwikkeld om de mogelijke gezondheidsrisico’s van werkzaamheden met nanomaterialen in kaart te brengen, te prioriteren en/of te beheersen. In opdracht van de Ministeries van I&M, VWS en SZW is geëvalueerd welke van deze ‘nano-tools’ bedrijven in de praktijk kunnen ondersteunen. Hierbij is gekeken naar de kwaliteit, bruikbaarheid en inzetbaarheid van enkele tientallen instrumenten.

De resultaten van dit onderzoek bieden handvatten voor bedrijven bij het maken van een keuze voor een of meerdere ‘nano-tools’, afhankelijk van hun voorkeuren en hun praktijkgebruik van nanomaterialen.

Tijdens de workshop worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en is er gelegenheid voor de deelnemers om hun ervaringen met de inzet van nano-tools in hun praktijk te delen. Daarnaast worden de deelnemers uitgenodigd om mee te denken over de manier waarop de uitkomsten van het onderzoek het beste kunnen worden aangeboden aan de praktijkgebruiker.


Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (ADR): Handhaving & Inspectie

Wim van de Coevering (ILT)

Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) praat u bij over de ervaringen met het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (ADR). Wat gaat goed? Wat kan er zoal mis gaan bij het transport van gevaarlijke stoffen? Welke handelingen zijn risicovol en wat zijn in het algemeen de oorzaken van een voorval/incident? Hoe reageert de branche op signalen? Betrokkenen worden meegenomen aan de hand van foto’s van recente gebeurtenissen. Daarnaast is er in de workshop ruimte voor een interactieve discussie. Wat vinden de betrokkenen van ILT? Welke risico’s zien de betrokkenen zelf? Wat verwacht men van de ILT in relatie tot het transport van gevaarlijke stoffen?


Vervoer gevaarlijke stoffen: Wetgeving & verplichtingen

Teun Graven (SCS Training & Consultancy)

Weet u welke wetgeving van toepassing is op vervoer van gevaarlijke stoffen? En welke verplichtingen u krijgt opgelegd als u gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt? Of als u gevaarlijke stoffen aanneemt van een vervoerder? Maakt het eigenlijk uit of u de gevaarlijke stoffen alleen over de weg laat vervoeren, of ook door de lucht of over zee? Heeft uw bedrijf een veiligheidsadviseur nodig of een beveiligingsadviseur?

Moet uw bedrijf altijd aan alle voorschriften voor het vervoer voldoen? Of maakt u al optimaal gebruik van de geboden vrijstellingen?

Gedurende deze workshop brengen wij u op de hoogte van de relevante wetgeving en verplichtingen die daaruit volgen voor uw bedrijf. Natuurlijk geven wij ook antwoord op uw vragen rondom vervoer van gevaarlijke stoffen.

Deze workshop is relevant voor ieder bedrijf waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.


Vervang je Kankerverwekkende Stoffen: met Inspectie SZW en RIVM in gesprek over hoe je dit aanpakt….

Elvera Breedland (iSZW), Jeroen Terwoert (iSZW) & Thijs de Kort (RIVM)

Bedrijven moeten zich tot het uiterste inspannen om kankerverwekkende en mutagene stoffen te vervangen. Dit staat zowel in de arboregelgeving als in de milieuregelgeving.
Maar hoe ver gaat dat? Aan welke “inspanningen” kan een bedrijf dan denken? Welke vragen kunnen ze stellen? En aan wie?
Is het verstandig om alleen Stof A door Stof B te vervangen, of kun je beter meteen het hele productieproces opnieuw bekijken?
Wat betekenen “oppervlakkige vervanging”, “functionele vervanging” en “betreurenswaardige vervanging” ?
Inspectie SZW en de REACH en CLP Helpdesk van het RIVM hebben beiden een hulpmiddel voor bedrijven gemaakt die houvast biedt bij deze vragen.
We zijn benieuwd naar uw mening hierover, en gaan tijdens deze workshop graag met u in gesprek!


Brexit en REACH: hoe bereidt u zich erop voor?

RIVM & ECHA

Afhankelijk van de uitkomst van de Brexit-onderhandelingen, moet Engeland mogelijk het REACH-regime verlaten en zijn eigen Britse regelgeving voor chemisch beheer buiten REACH ontwikkelen. Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden op de mogelijke effecten die de Brexit kan hebben op het voldoen aan REACH binnen de EU? Zijn er al plannen voor een toekomstige Britse regelgeving? De REACH en CLP Helpdesk gaat in op de mogelijke gevolgen van de Brexit op de Europese Stoffenwetgeving en geeft u een aantal handvatten om actie te kunnen ondernemen.


Contaminatie van levensmiddel door o.a. MOSH en MOAH

Epco Blessing (Will & Co namens Will Ingredients)

Er is veel te doen rondom mogelijk schadelijke stoffen die in levensmiddelen kunnen komen, dankzij of ondanks de verpakking. Een belangrijk onderwerp in deze discussies zijn de Niet Opzettelijk Toegevoegde Stoffen (NIAS). Deze stoffen kunnen in het materiaal gevormd worden tijdens de productie of afbraakprocessen, maar ook van buiten door de verpakking heen komen. Epco Blessing van Will & Co vertelt tijdens deze workshop om welke soort stoffen het kan gaan en hoe u daar als bedrijf rekening mee kunt houden.


Trends in Biobased

Daan van Es (WUR)

De vraag naar veilige en duurzame stoffen en producten neemt toe. Vanuit stoffenregelgeving, waaronder REACH, komen steeds meer beperkingen voor zeer zorgwekkende stoffen, wat de chemische industrie stimuleert op zoek te gaan naar vervanging. Voorbeelden van zeer zorgwekkende stoffen zijn kankerverwekkende stoffen of stoffen verantwoordelijk voor de verstoring van de hormoonhuishouding. Tegelijkertijd lopen in de biobased economy sector vele innovatieve trajecten om vanuit hernieuwbare biomassa nieuwe stoffen en producten te ontwikkelen. Daan van Es (WUR) hoe men beide werelden bijeen kan brengen om elkaars potentie beter te kunnen benutten.


Blijvende aandacht voor stoffen? Een aanpak vanuit verschillend perspectief

Jan Kegelaer en Cyril Litjens (RPS) & Heleen den Besten (Long Alliantie Nederland)

Jaarlijks overlijden ruim drieduizend mensen door beroepsziekten als gevolg van blootstelling aan stoffen. Dit zijn maar liefst vijf keer zoveel dodelijke slachtoffers als in het verkeer. Onnodig, want met de juiste inzichten en maatregelen is veel leed te voorkomen. Nog veel bedrijven nemen onvoldoende maatregelen om veilig en gezond met stoffen te werken.

De Long Alliantie Nederland (LAN) en RPS zetten zich dagelijks in om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen. Onlangs publiceerden zij de publicatie “Opgelucht” waarin zij vanuit medische, juridische, gedragskundige en bedrijfsmatige invalshoeken belichten hoe een gezond werkomgeving kan worden bereikt.

Tijdens deze bijeenkomst lichten we een aantal invalshoeken toe. Vervolgens gaan we graag met u in gesprek: Hoe zorgen we voor blijvende aandacht voor de gevaren van stoffen? Wat is nodig om te borgen dat er veilig wordt gewerkt met stoffen? Welke partijen zijn aan zet?


Stopt de discussie bij het EVD voor ATEX materieel?

Arthur Rooze (D&F Consulting B.V.)

Explosiegevaar kan zich in alle ondernemingen voordoen waar brandbare gassen, vloeistoffen of poeders worden gebruikt. Explosies komen vaker voor dan gedacht en kunnen een groot gevaar opleveren voor werknemers.

Het is daarom van belang om te weten of u naast de wettelijke voorschriften en documentatie van de risico’s ook daadwerkelijk juist en veilig handelt. Arthur Rooze, ATEX Expert informeert u in deze workshop aan de hand van het volgende praktijkvoorbeeld:

Bij veel bedrijven het is toegestaan, al dan niet oogluikend, om allerhande draagbaar materieel voorzien van batterij of accuvoeding mee te voeren in een zone. Er zijn ook bedrijven die voorschrijven dat in die gevallen gasdetectie (“LEL-meter”) op de werkkleding gedragen moet worden.

Hierbij zijn de volgende vragen te stellen:

  • Leidt deze praktijk tot een veilige situatie of een veilige werkplek?
  • Hoe ziet de risicoanalyse eruit?
  • Voldoe ik aan de voorschriften uit het explosieveiligheidsdocument?
  • Voldoe ik aan de bij wet gestelde voorschriften?
  • Prevaleert het EVD boven de wet?

Deze interactieve workshop biedt inzicht in risico’s, maatregelen en wetgeving op het gebied van explosieveiligheid/ATEX.


De nieuwe anti-gifcentrum aanmelding vergt meer van bedrijven dan REACH & CLP bij elkaar!

Mieke Goebbels & Ivo Erens (de ViB fabriek B.V.)

Het aanmelden van gevaarlijke stoffen bij de nationale anti-gifcentra is altijd een hels karwei geweest. Ieder land een andere procedure en andere eisen. Annex VIII van de CLP beschrijft een nieuw op EU-niveau gecentraliseerd Poison Center Notification (PCN) Portal, die in combinatie met de Unique Formula identifier (UFI) en het European Product Categorisation System (euPCS) moet zorgen voor een betere informatievoorziening voor de anti-gifcentra. De gecentraliseerde Portal zou ook de ondernemer die gevaarlijke producten in de markt zit moeten ontzorgen bij de aanmeldingen. 

In de workshop laten we jullie onder andere zien wat de eisen, procedures en aparte systemen betekenen voor de aanmelding. We gaan ook graag met jullie in discussie over onze stelling: “De nieuwe antigifcentrum aanmelding heeft, met name voor MKB, meer impact dan REACH & CLP bij elkaar.”